logojwpott  

jurry pott

HV 0401 kerstherinnering

Kerstherinnering

 

De staalharde blauwe lucht tekent zich af boven het bleekgele spaarzame licht van de straatlantaarn, vriesweer. Ik voel de koude, het vriest en als je stil bent op deze avond hoor je het kraken, want dat hoort erbij. De sloten waar water tot ijs is gevroren zijn toegedekt door een laag sneeuw. Dit winterse weer, een witte wereld, sneeuw over de landerijen, helder maanlicht. Ik denk, daar in de verte van het Staphorsterveld moet de stal zijn in een of andere oude boerenschuur en ik kijk naar boven naar de sterren of er ook een bij is, die apart straalt als de ster van Bethlehem.. Als ik de Hoogstraat uitloop en aan het eind kom van de stad bij de Keppelstraat en de Keppelbrug over de bevroren stadsgracht, waar even daarna het platteland begint van besneeuwde landerijen en met sneeuw toegedekte boerderijen waar de rook uit de schoorstenen zo duidelijk aftekent tegen de lucht, ligt voor mij open de weg, beton, in blokken, scheuren zijn geasfalteerd. Ik loop de stroomduiker voorbij, de ingang van het Erfgenamenwegje met de woonarken laat ik rechts liggen. De met teer bestreken achterkanten van de boerderijen van De Lange en Hulzebosch glinsteren in het maanlicht, ze lichten op tegen de sneeuw. Een berg koemest krijgt een andere kleur. Sneeuw dekt bovendien de geur toe. En bij de driehoek wijst de ANWB wegwijzer naar Dedemsvaart en Vollenhove, Emmeloord en Zwolle.

Vlokjes sneeuw liggen als een broze versiering maar vastgevroren op het bord. De bomen hebben die versiering ook op hun takken. Wit op zwart, getekend. Dan zie ik de ramen van 'Akkerzicht' en 'Kalmushoek'. Het huis waar mijn vriend woont. Het hek knarst als ik het open doe, en de grind knarst onder mijn schoenen. Mijn vriend doet de deur open. In de kamer is het gezellig. De kerstboom brandt, echte kaarsjes, dennengeur overspoeld door glinsterend engelenhaar. Vogeltjes met kleurige staartjes die lijken te zingen zijn met een klein knijpertje net als met een wasknijper aan de takken gehecht, net zoals andere versieringen. Kerstballen, zilver van kleur, waar de hele kamer in weer-schijnt. Veel lichtjes van gekleurde kaarsjes flonkeren zo extra veel keren op en maken die schijnwereld nog mooier. Engeltjes door het luchtruim zwevend zijn vast blijven hangen aan takken van de dennenboom. Een emmer water staat erbij. Dat is de harde werkelijkheid, aan brand moet je nu niet denken. De zoete geuren opsnuiven en zoete kleuren in wonder aanschouwen en zoetgevooisde stemmen moet je horen en aanhoren. 'Hoe leit dit Kindeke in de kou' en 'de herdertjes lagen bij nachte'. De vader van mijn vriend draait voorzichtig aan de oude koffergrammofoon en even later zingt het uit de arm op een golvende plaat 'Nu sijt wellecome'. Er wordt aangebeld, mijn vader en moeder en mijn tante en mijn beide broertjes zijn er, even later komen ze binnen. Mijn moeder heeft kerstkansjes meegenomen en een echte boterkerstkrans met spijs. Dan komt de moeder van mijn vriend binnen met warme chocolademelk. Het kerstverhaal is prachtig. Net zoals elk jaar. En de boom is niet in brand gevlogen, wij hebben op tijd gevaarlijk wordende kaarsjes uitgeblazen. Alles is goed gegaan.

En uren later lopen wij samen terug naar huis. Het is donkerder geworden, het sneeuwt. Ik verberg mijn hand in de grote hand van mijn vader, diep in de zak van zijn donkere overjas. Hij heeft de kraag omhoog geslagen. Mijn moeder loopt bij hem in de arm. En mijn broertjes lopen aan weerszijde van mijn tante. We zijn al weer bij de stroomduiker en lopen onze straat in. Nog even, dan zie ik de verlichte etalage van onze winkel, de lampjes in de etalage branden nog en laten al verlichtend de tekst 'Prettig Kerstfeest' zien. Het was ook dit jaar weer een prachtige kerstavond.