logojwpott  

jurry pott

HV 0101 de kus

De kus

In de schaduw van het bladerdak van de Wilhelminaboom op de Markt bij het oude Stadhuis stond het groepje, uitgelaten. De Wilhelminaboom was een lindeboom die geplant was als eerbetoon bij de kroning van prinses Wilhelmina tot koningin Wilhelmina in 1898. De boom was nu, een goeie vijftig jaar later, een flinke boom geworden, die voor veel schaduw zorgde.
Dat was ook wel nodig deze woensdag. Het was zomer en het was heel warm. Het was half een. De torenklok van de St.Stefanuskerk had dat net met een luide slag laten horen.
Het groepje bestond uit vijf jongens en drie meisjes. Ze hadden de lagere schoolperiode er bijna op zitten, ze stonden op de drempel van een nieuwe school na de vakantie. Nog twee dagen, dan konden herinneringen van de lagere school echt tot de verbeelding gaan spreken. Ze hadden hun rapport gekregen. Bij Lia, een knap meisje met zwart krullend haar, dat als een wijde bos haar hoofd omcirkelde, waren de achten en zelfs negens niet van de lucht, maar ja, zij was ook de dochter van de meester bij wie ze allemaal in de klas zaten. Bij Gerda, helemaal niet zo'n ster, waren er meest zessen en een enkele zeven. Zij keek altijd met een schuin gehouden hoofd vanwege een handicap aan haar rechteroog. Geke had zelfs een tien voor snel en foutloos lezen. Dat kon zij zo goed. De anderen plaagden haar daar vaak mee. Ze prikten haar zelfs wel met een speld. Dan zei ze een woord, dat er niet stond en dan las ze eindelijk een fout en eindelijk was dan een ander aan de beurt. Iedereen had wel wat. De rapporten waren aardig tot mooi en ze gingen van hand tot hand. Alleen Hein, een lange en wat slungelige jongen, stond er toch wel wat beteuterd bij te kijken, zijn rapport blonk niet uit. Naast zessen stonden er vijven. Die negen voor gymnastiek betekende niet zoveel. Niet dat hij niet kon leren of dat hij niet wilde, nee, eerder door domme pech. Hij kon zulke mooie en briljante gedachten hebben, waar je stil van werd, maar een andere keer lukte het allemaal bij hem van geen kant. Hij ging wel mee met de anderen naar de school in Zwolle, de Mulo in de Wijnbeeksteeg, maar de meester had de Ambachtsschool geadviseerd. Alleen Lia, ja, die ging als enige naar de MMS. Maar wat wil je, dat was toch ook de dochter van de meester. Wim maakte nog een wat stekelige opmerking, dat volgens hem de meester zich vergist had met het invullen van de cijfers op het rapport van zijn dochter. Lia werd kwaad, toen ze dat hoorde en keek Wim vals aan. Die keek wijselijk een andere kant op.
Hein vroeg aan Lia, of hij haar rapport wel even mocht bekijken. Hein vond al die cijfers echt geweldig. Heel spontaan gaf hij Lia een kus op haar wang en zei: 'Ik vind jouw rapport zo geweldig, je krijgt van mij een dikke kus'! 'Rare, rare jongen', gilde Lia. 'Dat zal ik tegen mijn vader zeggen!'
De anderen stonden te kijken, ze zagen de wangen van Lia en Hein rood worden. Van schaamte, van opgewondenheid? Gerard vond het kinderachtig, dat Lia het tegen haar vader zou zeggen en de anderen vonden dat ook. 'Zo'n kus, is dat nu zo erg, Lia' probeerde Joop nog alles goed te maken. En Albert vond dat ook. Gerda merkte nog schalks op 'Hein, had mij maar gekust!'
De blijheid en het bijna vakantiegevoel waren helemaal weggeebd. De warmte sloeg toe en ieder ging naar huis. Het eten stond thuis op tafel en te laat komen wilden ze geen van allen. Joop gaf zijn beste vriend nog een opbeurende klop op de schouder. 'Het komt wel goed, Hein, ik ben om twee uur bij je, dan gaan we samen spelen met de Meccano-auto's !
Onder het spelen op die woensdagmiddag repten ze niet meer over het gebeurde.

Maar het kwam niet goed de volgende dag.
Toen ze donderdagmorgen de school in mochten, hield de meester Hein tegen. Iedereen moest de klas in, maar Hein werd in het kantoortje gezet naast het lokaal van klas 1 en 2 . Zelfs opgesloten. Als straf. De andere leerlingen zagen vanuit de klas hoe de sleutel door de meester werd omgedraaid en dat de sleutel in de jaszak van meesters jasje verdween. Ieder was te bang om nog wat te zeggen, maar ze keken allemaal wel heel erg lelijk naar Lia, die haar rood opgelopen hoofd achter haar handen verborg. De bos zwarte krullen lag op de bank, zo diep had zij haar hoofd gebogen. De meester zei niets. Hij keek alleen iedereen een tijdlang zwijgend aan. Lia ook?
In het speelkwartier was er paniek. Hein was niet meer in het kantoortje. Waar was Hein? Hij had de sleutel van het bureau gepast op het slot en daarmee de deur geopend. Hein had van die briljante gedachten.
's Middags was Hein er weer. Domme jongen. Nee, hij wilde met de anderen mee naar de film in gebouw 'Pniel' in de Regenboogstraat. Hij wilde die film over 'Pinguïns op de Zuidpool' ook zien. Hij hield van de natuur, en waggelende pinguïns vond hij prachtig. Waarom zou hij niet mogen kijken? Hij had toch niets bijzonders gedaan? Alleen Lia een kusje gegeven! En dat was in zijn eigen vrije tijd! Daar had toch niemand wat mee te maken. Zelfs de meester niet, al was dat de vader van Lia. Daarom was Hein gekomen, hij ging mee naar binnen en zat achterin de zaal. Eerst dachten de anderen, dat de meester Hein niet had opgemerkt. Maar dat was niet zo. Hein werd als een schuldig iemand overgedragen aan de meester van klas 3 en 4. Die moest op Hein passen. En zo zat Hein alleen in de klas, alleen in die grote school. En de speurende ogen van meester Geurtsen hielden hem gedurig in de gaten. Die kon nu ook niet naar de film. Hij kon alleen maar denken aan pinguïns, aan wegwaggelende pinguïns.
Na vieren, de film was voorbij, waren ze allemaal weer buiten. Hein was er ook, want een meester wil immers ook naar huis. Dat is bekend. Wim vertelde in geuren en kleuren over de film. Gerda vertelde, dat ze helemaal onder de indruk was hoe zorgzaam pinguïns met hun ei omgingen. 'Op de poten lopen ze heel voorzichtig met het ei', zei ze en deed het al waggelend voor aan de anderen die stonden toe te kijken. Ze bleek helemaal opgetogen over het liefdesleven van pinguïns.
Wat had Hein het te kwaad. 'Ik mocht niet mee, omdat ik in mijn eigen vrije tijd Lia kuste! '
' Weet je, jongens, we geven de meester niet ons afscheidscadeau!' , opperde Joop.
Zijn idee kreeg bijval van de anderen. 'Ja, morgen geven we hem niets!"
Ze wisten niet, dat de meester tegen Hein gezegd had, dat hij vrijdag niet meer op school hoefde te komen. Hij had zijn buik vol van die kus. Hein had dat alleen in vertrouwen tegen zijn beste vriend Joop gezegd.

Die vrijdagmorgen was Hein er niet. Natuurlijk had hij er thuis niet over gerept. Hij was wel de deur uitgegaan, maar niet naar school. Er waren zoveel plekjes waar je je kon verbergen. Op school werd niets gezegd. De lege plaats in de bank zei genoeg. En de meester deed of er niets gebeurd was. Was dat zo?
Om kwart voor twaalf zei Joop tegen de meester: 'Meester, we wilden u nog een afscheidscadeau geven, maar dat kan jammergenoeg niet doorgaan, want het cadeau is bij Hein in huis en hij mag hier niet komen van u!'
Het werd stil, doodstil. De leerlingen keken elkaar vragend aan. De meester keek eerst kwaad in Joops richting, maar even later verscheen er een glimlach op zijn gezicht. 'Ik vind het heel wat, dat je het durft op te nemen voor je beste vriend. Zo'n vriendschap waardeer ik. Zorg jij maar, dat Hein vanmiddag op school is.!'
Joop haastte zich direct na het eten naar zijn vriend om hem en het cadeau mee tenemen naar school.
Die middag kreeg de meester het afscheidscadeau. Maar Hein dacht: 'Ik blijf het gemeen vinden, want ik kuste haar in mijn eigen vrije tijd en daar had de meester niets mee te maken!'