logojwpott  

jurry pott

HV 0501 het spel stinken -inderspelen

Het spel Stinken

Dat spel spelen mocht absoluut niet van onze meester toen we in klas 5 en 6 zaten.
Nu mocht er veel meer niet meer van hem, want volgens hem school over wel zonde of een schijn van zonde in. En je moest volgens hem de zonde niet doen, in ieder geval zoveel mogelijk buiten de deur houden. Daar hamerde hij altijd weer op in zijn bijbelvertelling en in zijn gebed kon hij ook alles heel haarfijn tegen God zeggen wat in zijn ogen fout, dus zondig was.
O, hij was zo vroom, onze hoofdonderwijzer.
Als hij 's morgens van zijn huis aan de Hoogstraat door de Nieuwstraat liep waar de Vrijgemaakte Kerk stond, dat was zijn kerk. Dan hield hij tijdens de wandeling zijn hoofd wat schuingebogen naar de rechterkant, omdat dan zijn Vrijgemaakte Kerk aan de rechterkant stond, en op zijn wandeling terug van de Christelijke School door de Gasthuisstraat en over de Verlaatsbrug door de Nieuwstraat, dan hield hij zijn hoofd naar linksgebogen, omdat nu zijn Vrijgemaakte Kerk, volgens hem de enige en ware kerk, links van hem was.
Hij zei trouwens nooit Vrijgemaakte Kerk, die woorden kon hij niet over zijn lippen krijgen, hij sprak altijd van de Gereformeerde Kerk.
Maar wij behoorden thuis tot de Gereformeerde Kerk en wij gingen thuis niet naar de Vrijgemaakte Kerk. Het was voor ons een raadsel. En we zaten allemaal als schoolvrienden en kameraden in de klas, terwijl we zondags naar verschillende kerken gingen en we speelden samen.
Maar we mochten het spel Stinken niet spelen van onze meester.
Een van de klasgenoten had dat spel meegenomen uit Amerika, het was met hem en het vliegtuig overgevlogen uit de States. Het was volgens ons eigenlijk een heel gewone kruising van het bekende Overlopertje en Verlossertje.
Maar misschien zat in die woordspeling juist het zondige volgens onze meester.
Het spel ging als volgt. Je had twee partijen, de ene partij nam zijn positie in bij de zwartgeteerde schutting bij de Achterbaan. We noemden die straat zo vanwege het feit, dat daar heel vroeger de touwbaan geweest was, de echte naam was Kastanjelaan, hoewel er geen kastanjeboom stond. De andere partij speelde vanaf de groene schutting, tegen de tuin van Moe van de Belt. Nu moest je proberen de overkant, het vijandige gebied te bereiken, je moest proberen te 'infiltreren', zo noemde onze Amerikaanse Joop dat. Wij kenden dat woord niet, maar begrepen wel wat hij ermee bedoelde. Als je aan de overkant was dan maakte je een gevangen medespeler weer vrij. 'Gevangen' werd je als de tegenpartij je had getikt. Het zondige lag volgens onze meester niet direct in de woorden die deden denken aan de oorlog, zoals 'Gevangen en Infiltreren'. Daar sprak hij nooit over. Wel over andere woorden!
Want als je eerst gevangen was door een klasgenoot, dan moest je in een rij gaan staan, de voorgaande gevangene moest je dan een hand geven en je moest eerst tegen de anderen zeggen 'Wout heeft mij gevangen!' Dan stond je ver weg in de rij en riep 'Verlos mij, maak mij vrij'. Dat riep je tegen je eigen speelmakkers en als die je dan aanraakten of de overkant bereikten, dan was je vrij, je was verlost, en dan moest je heel hard roepen: 'Gerard heeft mij verlost!' Stinken vonden we een prachtig spel. In die woorden zat nu juist het zondige volgens onze meester. Nee, niet in de naam Stinken, hoewel de meester dat ook niet zo'n net woord vond, onze overgevlogen klasgenoot vertaalde het Amerikaanse woord Stinken met het voor ons bekende Tikkertje, maar omdat dat wat anders was, bleven wij het woord Stinken gebruiken. Hij legde ons uit, dat als je vijand jou gevangen had, dan was er je in gestonken. Maar of dat een eerlijke vertaling was, betwijfelden we met z'n allen. Daar kwam nog wat anders bij, dat woord betekende heel veel voor ons, het had wat, we voelden ons een beetje Amerikaans en we voelden ons boven al wat meer dan de jongens op de Openbare School en de Hervormde School, want daar kenden ze dat spel niet, ze kenden het woord zelfs niet in die betekenis, alleen bij ons op de Christelijke School speelden wij het spel. Wij kenden het en zo voelden we ons meer, dan die stommerds aan het Justitie Bastion in die school van Jaap en Gerdientje of in de Rosmolenstraat. Nou, dat wilden we weten en daarom speelden wij in ons speelkwartier het spel Stinken, elke dag weer, hoewel de meester het ons verboden had. 

Als we dan moe en bezweet van het vele en harde lopen weer in de banken zaten, begon de meester met het voor ons zo langzamerhand bekende verhaal. Nee, jongens, het is niet: 'Wout maakte mij vrij, en ook niet Rein verloste mij!'
Vrijmaken en Verlossen waren volgens hem godsdienstige begrippen en daar mocht je ook volgens hem niet mee spotten. De echte Vrijmaking gebeurde door de Heer. En de mensen die zich vrijgemaakt wisten door de Heer, kerkten zondags in de Vrijgemaakte Kerk. Zou daarom die kerk van onze meester Vrijgemaakte Kerk genoemd worden? Zou hij daarom dan zijn hoofd naar rechts en daarna naar links laten hangen?
Wij, en ook mijn goede vriend Rein, en nog meer klasgenoten kerkten in een ander gebouw, Wij werden Gereformeerd genoemd, dus waren wij niet Vrijgemaakt. Wel verlost? Die vraag kwam vaak bij mij op, vooral als ik 's avonds slapen ging. In ieder geval konden wij gelukkig het hoofd recht houden.